Bril

 'Hij moet een bril.' Het was de schoolarts die het vonnis uitsprak. Meteen zag ik twee werelden. Die van de brildragers en die van de brillozen. De opticien op het Azaleaplein mat me een standaard jongensmontuurtje aan, beetje bruinig van boven, en naar beneden toe verlopend naar onduidelijk beige.

 Wat ik gehoopt had kwam niet uit. Geen paar extra wenkbrauwen geen schijn van volwassenheid, in de spiegel bleef het kindergezicht me aankijken. Bij mijn eerste competitiewedstrijd lag de bril in twee stukken in het gras en had ik een bloedende snee in m'n voorhoofd. Oppassen met koppen dus. Edgar Davids wist ervan. Er waren ijzeren sportbrillen, de monturen daarvan bleven wel heel, maar de glazen braken net zo goed.

 Lelijk ook. Later probeerde ik het probleem op te lossen door de poten zwart te verven met een viltstift. Geen gezicht.

 Vanmorgen kreeg ik een nieuwe bril, vandaar. Nieuw montuur? Nee, een korte tijd was de zwarte rand een beetje terug, maar dat is over. Het Arnon Grunberg 'brievenbus' model blijft. Zolang Arnon er is blijft de glimlachende brievenbus.

ps. De schrijvende fotograaf Ronald Hoeben had als jongen het zelfde probleem. Hij kocht in navolging van Roy Orbison tweedehands een zeer zwaar zwart montuur, maar daar zat wel een hoorapparaat in.