Zag de reuzenportretten van Chuck Close (1940) in de Rotterdamse Kunsthal.
Stel je voor dat Oliver Sachs' man die zijn vrouw aanzag voor een hoed een schilder was geweest. Zo kom je in de buurt van Chuck Close. Wat je van hem moet weten is dat hij lijdt aan zg. gezichtsblindheid. Hij ziet de ander wel, maar herkent niet in één oogopslag het geheel van een gezicht. De herkenning gaat bij hem via onderdelen, als een snor, een bril.
De tentoonstelling laat zien hoe Close op talloze manieren van zijn handicap kunst maakt. Eerst brengt hij een foto terug tot z'n kleinste onderdelen, bijvoorbeeld de puntjes van een raster of grid. Je ziet hoe hij die details beïnvloedt, kleurpuntjes met de hand schildert of ijzeren grids inkleurt. Wanneer je afstand neemt of dichterbij zijn grote formaten komt wordt zo'n gezicht bijna onherkenbaar.
Hij past alle mogelijke technieken toe op een portret - hij spreekt van 'hoofden' - waardoor het gezicht van Phil Glass steeds van uitdrukking verandert, verduistert, oplicht, nieuwe accenten krijgt. Hoe Chuck Close zelf Phil Glass ziet zullen we nooit weten. Zomin als we weten wat hij zelf in de spiegel ziet.