Colette op tournee

 Kort na haar schrijfdebuut gaat Colette op tournee als actrice, na 1906 met onduidelijke gezel­schapp­en. Iets over die tijd is te vinden in 'De eerste keer dat ik mijn hoed verloor', door Kiki Coumans v­erzamelde noties.

 'Voor een goede tournee heb je vooral een sterke gezondheid nodig, een onverwoestbaar humeur, stalen zenuwen, een uiterst gedisciplineerd maag-darmkanaal en vooral een soort optimistische nonchalance, een zekere berusting, waardoor een gezelschap op tournee lijkt op een karavaan van pelgrims die worden geleid door een latent, ingeslapen geloof dat zelden manifest wordt, maar groot genoeg is om ze van station naar station te laten trekken, en naar een doel dat ze nooit bereiken: rust...

 Ik ga het niet over de sterren hebben, ik kies de nederige, anonieme toneelspelers die het hele jaar 'touren', die bij Charles Baret komen aanwaaien, nog bleek van een nacht in de trein, geradbraakt door het zittend slapen: ' Meneer, ik ben klaar met Rose Syma, kunt u mij in dat stuk met Huguenet stoppen...' En de baas, de slimme prelaat stopt ze in 'dat' van Huguenet. Ze spelen een interessante bijrol, drie rollen in hetzelfde stuk: in de eerste akte een huisknecht in de tweede akte een bezoeker en in de derde akte een bezoeker en in de dramatische ontknoping een dokter.

 De toneelspeler tegen de regisseur va de tournee: 'Wat heeft de dokter in de derde akte aan?'

 'Een nette herenjas.'

 De toneelspeler, bezorgd: Ik heb alleen een gewone overjas. Is dat goed genoeg?'

 'Ja, maar doe hem niet open en hou je hoed op.'

 Ze hebben drie dagen om te repeteren.