Als de Giro of de Tour een keer de uithoeken van Piemonte opzoekt heb je kans dat ze in Cuneo terecht komen. De provincie hoofdplaats waar ik ziek was. Twee bergrivieren vloeien er samen, de Tanaro en de Stura di Demonte.
Als topomaan kom ik op zo'n plaats terecht bij de wonderlijke verkeersbrug die tegelijk een spoorbrug is, in twee lagen boven elkaar. Een oplossing die je verder nergens ziet.
En daar is ook het station, met het hoogtepunt van de lokale topografie, de plaats waar ik me waar ook ter wereld als eerste heenspoed: de stationsrestauratie. De reuzen paaseieren ontbreken niet, noch de luxe chocolaatjes voor moeders in verre delen van het land.
Rij je de stad uit, de berg op dan kom je op de minst bekende bergpas op de weg naar Frankrijk, de schapenpas. Waar Fausto Coppi eeuwige roem verwierf. Nu wel bestraat.
Cuneo is sinds de middeleeuwen verrezen in de vork tussen de twee rivieren. Van oeroud tot marmer en glas.
De kinderprogramma's op tv wisten alles beter dan ik.