In de film 'A Hustlers Diary' komt uit een Turkse straatschoft in Zweden - hou je vast - een schrijver tevoorschijn. In wat men noemt een kleurrijk milieu van schreeuwen en vechten staat een schrijver op.
Metin is lid van een keiharde bende, maar toch met een zekere ambitie Hij schrijft een schrift vol. Als hij auditie doet voor een theaterrolletje laat hij het liggen. En wordt ontdekt.
't Was boekenweek. En de vraag die ik nog miste was die naar 'straatrumoer'. Waar raakt literatuur de straat?
Kan het eigenlijk wel? Of sluiten de bezigheden van Metin in deze film van de Kroatische Zweed Ivica Zubak mekaar uit. De taal van de straat en die van de letteren?
In het dagboek van deze Metin dus niet. Die tussen het mensen in elkaar slaan door aantekeningen maakt die door kenners voor literatuur worden aangezien. En uitgegeven. Of er een ghostwriter aan ter pas komt blijft onduidelijk. Het resultaat is in Jan Cremer-termen een onverbiddelijke bestseller.
Maar die beheerste het echte vechten niet zoals we het in deze film Metin zien doen. Een sprookje dus?