Dakpan

 De limes, grens van het Romeinse rijk, liep op Nederlands gebied van Nijmegen tot pakweg Valkenburg (de oude Marine vliegbasis waarvan mij Oom Bob nog commandant is geweest). Oom Bob, die een groot gezelschap trakteerde op een uitvoerige r­ijsttafel, geserveerd door 'Jannen' vanuit een mess heel verderop. Elke matroos heet Jan, zo spreek je hem ook aan.

 En paar Jannen bedienden en anderen vormden een bandje en speelden jazz. Ze waren allen in matrozenuniform. De tafels stonden uitgestald op een landingsbaan. Oom Bob was een oorlogsheld, had in Indië gevlogen en later bij de RAF maar dit terzijde.

 Hij legde me uit hoe hij met zijn 'jannen' omging. 'Problemen met je vriendin Jan, mijn deur staat altijd voor je open.'

 Geen Romeinse dakpan gezien op Valkenburg.

Op Valkenburg vlogen de Orions van de kustbewaking, langzame schroefvliegtuigen die heel den Haag kende en waarvan Fay Lovsky in Oegstgeest nog slecht sliep.

 Later op vakanties was bij zuidwaarts rijden altijd het wachten op de eerste Romeinse dakpannen bezuiden Dijon. Eerst de wijnbouw, dan de pannen.

 Ze worden nog steeds gelegd. Wat het voordeel van de Romeinse is weet ik niet.