Heet de Zwolse tentoonstelling over kunst en leven in de Weimarrepubliek, gemaakt door de Akademie der Künste in Berlijn.
Dit schilderij van Karl Hubbuch uit 1925 vat het tijdperk 1918-1933 voor je samen. Op een bank in een stationswachtkamer is een welgedane, duur geklede en geschoeide heer ingedommeld. Zijn leeggedronken bierpul ligt op de vloer, een nauwelijks aangehapte boterham ernaast. Een vloek in een tijdperk van armoede en honger, waarover een deel van de prenten gaat. Werk van grotendeels hier onbekende Duitsers, dat is bijzonder. Wat de blauwwitte kokarde op zijn revers beduidt moet ik zien op te zoeken.
De dienstregeling rechts aan de muur van de Deutsche Reichsbahn geeft de dienstregeling van 5 juni 1925. Erboven hangt een affiche voor pelgrimstochten tegen gereduceerde prijs, oa. naar Pompei(!).
Maar dan is er het uitzicht op, ja wat? De stad van vertrek? Het lijkt eerder een droom. En het is de titel van het schilderij die het antwoord geeft: Auf zum Regimentstag. Het kan niet anders of hij is op weg naar een reunie met zijn oude kameraden uit de Eerste Wereldoorlog. Wat wij zien als een uit z'n voegen barstend tafereel van oorlogsvoorbereiding is voor deze dromer pure nostalgie. En blauw-wit zijn de regimentskleuren.