David Claerbouts achterkanten

 Een foto binnengaan. Je doet het eigenlijk vanzelf, je stapt het gras op waar de figuren staan, loopt om ze heen, bekijkt hun nekharen van nabij, hun kraagjes en schoenen. De driedimensie techniek die Claerbout hanteert maakt het makkelijker.

 Je stapt de tijd binnen, of beter de duur. In het Olympia Stadion in Berlijn stap je het voorstelbare, nee aanwezige 1936 van Hitlers Olympische spelen binnen, en tegelijk het heden, want er worden nog Duitse interlands gespeeld. Dit jaar vriendschappelijk tegen Engeland. De estafettelopers van hofbeeldhouwer Arno Breker staan er nog steeds.

 In 'KING' stap je een uit een foto gereconstrueerd verleden binnen, en draait rond een Elvis lookali­ke, van heel nabij, van alle kanten. En het duurt een tijdje voor je bedenkt, dit kan eigenlijk niet. Ook al omdat deze Elvis volstrekt haarloos is, op z'n hoofdhaar na.

 Behalve dat je als fotokijker stiekem de achterkant van de maan bekijkt. Of zoals nu de achterkant van Elvis.

 Dat is wat David Claerbout oproept, zichtbaar maakt. En waar hij mee bezig was al in de tijd van zijn eerste fotoboom, door de kroon waarvan hij een bries liet strijken.

 Wat doet een foto met je? Een foto overbrugt de tijd. Brengt je in het tussengebied - zoals Claerbout het noemt - tussen de gefotografeerde gebeurtenis en het nu waarin je hem bekijkt.

 Zoals je het verleden met je meedraagt, waar je ook gaat. 

Tags: