Nog zie ik de beroemde fotograaf het café uitgegooid worden nadat hij echt onhoudbaar was geworden. 'We zijn gesloten,' riep de eigenaar en met man en macht werd hij de straat op gesmeten.
Even later vloog er een vuilnisbak door de spiegelruit, waarna de fotograaf door het gat naar binnen klom. 'Het café is weer open,' verklaarde hij, en bestelde bier.
Er is een zeer gedetailleerd boek verschenen over de Amsterdamse herberg tussen 1450-1800. Was Amsterdam een 'suypstad' zoals de Engelsen het afbeeldden, met tonronde, stomdronken, kettingrokende bierbuiken? Volgens Maarten Hell viel het mee. Een café per 200 inwoners, in 1613 waarbij je moet bedenken dat het water ondrinkbaar was.
Toch moet iedereen wel permanent onder de olie geweest zijn. En had de schout veel te stellen met vechtpartijen. Er is niets veranderd. Met de politie vechten en Heineken tapt.
Wat Midas Dekkers ook voor zoete broodjes bakt, dat echt alcoholisme een gruwelijke kwaal is heeft de alcoholist Simon Carmiggelt ons voor altijd ingewreven met zijn refusal-verhalen - 'heb je de pil in' - en vooral ook met zijn historische kersenbonbon. Voor wie het vergeten was: voor een echte alcoholist is een bonbon met een klein beetje kersenlikeur erin al genoeg om de smaak te pakken te krijgen en aan het drinken te slaan. En dan is er geen houden meer aan.
Maar het boek van Maarten Hell gaat om drank als smeerolie van het sociale leven. In zaken zo goed als in seks, vertier of in de politiek. Waarbij de overheid als accijnzenheffer fors meespeelt.