De brug van Avignon

 Al in de veertiende eeuw waren er twee pausen, zoals er nu in Amerika twee presidenten zijn. Toen het conclaaf na de dood van Benedictus XI in 1304 wel erg lang duurde besloot de Franse koning een eigen - Franse - paus te benoemen in Avig­non: Clemens V.

 En in 1335 werd begonnen met de bouw van het Palais des Papes. Met zijn torens en kantelen lijkt het meer op een vesting dan op een paleis. Het was oorlog.

 Eerst werd de paus van allerlei ondeugden (ontucht, winstbejag, ketterij) beschuldigd en, toen dat niet hielp, probeerden ze hem te ontvoeren en in Frankrijk te berechten.

 Direct na de kroning waren door hem een hele rits nieuwe, Franse kardinalen aangesteld. Bijna alle fresco's die het paleis ooit sierden zijn verdwenen maar hier en daar is nog wat te zien van de grandioze bals en schranspartijen. En veel goud.

 Behalve een enorme burcht lieten de pausen ook metersdikke stadsmuren bouwen. Hij blonk uit in kostbare kleding, uitbundige feesten en de verfraaiing van zijn pronkpaleis. En dan de brug, de half afgebroken Pont Saint‑Benezet. 'Sur le pont d'Avignon, On y dance...'.

 Ooit telde de oeververbinding 22 stoere bogen maar er zijn nog er maar 4 van over. De rest is door oorlog en watersnood verloren gegaan. Vier bogen en een kapelletje is al wat nog rest.

 En toen? Op een gegeven moment waren er zelfs drie pausen en lag heel de Westerse wereld met elkaar overhoop. 'Sic transit gloria mundi.'