De droomtekeningen van Paul Klemann (1)

 In het Dromenboek van Frederik van Eeden staan 'heldere drom­en' beschreven, totaal anders dan de mijne. Hoe meer dromen ik lees en hoor, hoe beter ik begrijp dat iedereen dro­omt zoals ie is. Maar wat dat betekent?

 Paul Klemann tekent dagelijks wat hij gedroomd heeft. Zegt hij. Hij doet dat al jaren. In het Arnhems MMKA hangt een selectie. Hij 'tekent zijn dromen uit' staat er. Want dromen kun je natuurlijk niet schrijven of tekenen, je kunt ze alleen dromen. Wat je er daarna mee doet is vorm geven aan herinnering. En, al tekenend verandert zo’n droom weer.  

 'Ik probeer te kijken in een wereld waar het eigenlijk ver­boden is om te kijken, want als je wakker wordt vergeet je alweer veel. Wat ik vasthoud is maar een fractie,' zegt hij. Klemann ziet zijn droomwereld als een 'stream of d­reamyness', een stroom van beelden en associaties waar hij met het em­mertje van de geest uit putst. En daarbij als een verboden rijk.

 'Shit, dit beeld is echt' zegt een man die een Christusbeeld aanraakt, dat op de bank zit (1998). Of 'De failliete dierentuin' waar een centaur met een baard onze held betrapt bij het in dozen pakken van wat er uitziet als amoeben.

 De 'Visvoet pietà' (2005) is onbegrijpelijk overtuigend. Net als het even veelbetekenende 'Toeteren door lege WC-rolletjes’ (2005). Hoe licht of zwaar neem je droomvoorstellingen op? Dat lijkt me een van de grootste raad­sels van dromen. Het gruwelijke kan daar vederlicht zijn, of juist omgekeerd.

 Maandag in de Avonden meer.