In situaties vallen. Halsoverkop. Zo moet film geweest zijn voor wie het voor het eerst zag. Bewegend beeld waar je zo in kon stappen. En dan terecht komen in een spel waarvan je de regels razendsnel moest leren om iets te begrijpen.
In Eye wordt de verzameling vroege films vertoond van Jean Desmet, die van 1907 tot 1916 de allervroegste stomme films exploiteerde. De tijd dat film groeide van kermisattractie tot serieus drama. Je ziet op wel twintig schermen tegelijk geleidelijk bedacht worden hoe een film moet gaan.
De bijbehorende affiches zijn er ook.
Achtervolgingen. Politiemannen staan overal met hun neus bovenop en gaan de wegrennende boef meteen achterna. Op een volgend scherm slaat het drama toe. Een korte 'film in de film' is het Italiaanse 'Treurspel in bioscoop' uit 1913. Heel grappig. Over een jaloerse echtgenoot die zijn mooie vrouw die naar de bioscoop gaat niet vertrouwt. Hij dringt tot de directeur van het theater door en zegt dat hij zijn medeminnaar bij de uitgang zal opwachten met een pistool. Die laat de zaal ontruimen. En bij die uitgang komen kennelijk overspelige stelletjes bij bosjes in paniek naar buiten. Maar een medeminnaar is er niet.
De overacting, gecombineerd met tussentitels in tekst - een vak apart die te schrijven - je went er vrij vlug aan. Zo maken de acteurs toch geluid. Mij bevalt dat, zoals ik van moderne films hou waarin weinig wordt gezegd.
Geweld, jaloezie, groot verdriet en woede zo plotseling en explosief laten zien lijkt een afspraak tussen makers en publiek.
Een meesterstukje is ook het optreden van het als man verklede meisje Filibus, dat als een vrouwelijke Superman per luchtschip misdaden komt oplossen (1915). Maar dat is al bijna van nu.
Een mooie middag was dat, in Eye. Met het filmspel van alle tijden: Wie is hij? Wie is zij? Wat is er gebeurd? Wat gaan ze nu doen? De onvoorspelbaarheden van toen.