De hitte van Bruno Schulz

 Wie de hitte werkelijk wil ervaren moet Bruno Schulz (1892-1942) lezen. het hoofdstuk 'Het dode tij' in Sanatorium Clepsydra. Heruitgegeven samen met De kaneelwinkels (1933). Het is warm, ondraaglijk warm in de stoffenwinkel.

 Bruno Schulz beschrijft hoe de vader van de verteller  - eigenaar van de zaak -al dagen op zoek is naar de laatste regel van een beslissende zakenbrief. Vergeefs. En dat met die hitte. Niemand weet raad met zijn 'zwijgend misnoegen'. Hitte maakt gek.

 'Zijn opwin­ding groeide zijn redeloze woede werd erger naarmate de zonnehitte intenser werd. De vierhoek van licht op de vloer gloeide. Glinsterende metalen bromvliegen doorsneden in blik­semschichten de ingang van de winkel, zaten een moment als geblazen van metaalglas op de vakken waarin de deur was ver­deeld - als glazen oogjes uit de hete zonnepijp gestoten, uit de glasblazerij van de vlammende dag - zaten roerloos met hun uitgeslagen vleugeltjes vol vlucht en rapheid, en  wisselden dan in ziedende zigzags van plaats.'