De kunst van het staan

 'Ga eens even staan'. Het is de moeilijkste opdracht die je een jongen of een meisje kunt geven. Bedoeld wordt een houding die zelfvertrouwen, maar ook een zekere ongedwongenheid uitdrukt.

 ‘Op je gemak,’ noem het zo. Op drachtgever is in deze tijd een fotograaf. Die zich zelden realiseert dat zijn opdracht nu juist inhoudt wat de 'spont­aniteitsparadox' heet. Zegt een dokter 'en nu ontspa­nnen', dan jaagt hij of zij daarmee juist de spanning op.

 Dit probleem is een van de onderwerpen van het buitengewoon spannende nieuwe nummer van Kunstschrift, getiteld 'Ten voeten uit'. Over het maken van portretten of beelden in de volle lengte, door de eeuwen heen.

 De enige plaats waar het 'gaan staan' nog onderwezen wordt is de balletstudio. Weinig mannen daar. Vandaar dat mannen op foto's er doorgaans bijstaan als hobbezakken. Afschrikwekkend voorbeeld: Willem-Alexander door Koos Breukel, met armen slap hangend langs het lijf en benen als kachelpijpen naast elkaar

 Hoe anders dit is geweest zie je aan de in dit nummer afgebeelde mannen. Niet de minsten. Waarbij je kunt lezen wat in eeuwen besproken en geschreven is over zulke cruciale vraagstukken als 'waar laat ik handen en voeten'. Ga eens staan Alex!. Nee, niet zo.

 Waar het om gaat is het juiste mengsel van grandeur en schijnbare nonchalance. Zo gegroeid sinds de Oudheid. Hoe staat een god, een keizer? Elftalfoto's bij voetbal hebben we nog, daar zie de natuurtalenten als Cristiano Ronaldo. Die kan staan als een vorst. De doelpunten komen daarna pas.