De lelijkheid van Rudolf Steiner

 Vanmiddag in Rotterdam van de ene verbazing in de andere gevallen. De Kunsthal bleek overgenomen door de Grote Rudolf Steiner Show. Tot en met een schap met Antroposofische Weleda-zalf.

 Nergens een woord van maar de geringste kritiek op het universeel genie. Wel zijn verzamelde werk in de schappen. Ook dat over hoe het in het hiernamaals toegaat, want hij weet alles.

 Is het ze bij de Kunsthal nou werkelijk niet bekend dat wetenschappelijke pretenties van de antroposofische leer nergens meer serieus genomen worden? Het lijkt erop dat de Steiner-verzameling: meubelen, ontwerpen voor gebouwen, documenten alleen kon worden geleend op voorwaarde van het ontbreken van tegenstemmen.

 En wat die man een lelijkheid heeft voortgebracht. Tekenen kon ie niet, maar deed hij wel, zijn architectuur berust op wetmatigheden – kristallen - die hij aan de natuur ontleende, maar is in de praktijk idioot plomp en ronduit lelijk, net als zijn meubels. Die lelijkheid is welsprekend genoeg. Zijn eerste Goetheanum brandde af, het tweede staat er nog, in Dornach bij Bazel.

 Rudolf Steiner stamt uit de tijd dat de intuïtie van het genie nog als vanzelf waarheid en wijsheid voortbracht. Goethe, zijn grote voorbeeld koesterde een rammelende licht-theorie. Ook toen Newton het spectrum ontdekte weigerde hij te geloven in het splitsen van het witte licht. Steiner kwam met geneeskrachtige kleuren. In Den Haag zag ik zijn kliniek nog. Gekleurde kamers voor lijders aan verschillende kwalen.  Steiner meende dat je de wetten van reïncarnatie en karma moest kennen om de menselijke psychologie te begrijpen.

 Onderzoek was niet nodig en met zijn ingevingen strijdige wetenschap verdacht. En ja, Steiner was oprichter van die homeopathische firma Weleda. In hoeverre er een wereldwijde antroposofische organisatie bestaat die de hand heeft in Vrije Scholen, bedrijven, banken als Triodos en medische centra weet ik niet. De Kunsthal zou er wel iets van moeten weten.