Hoe verschillend zijn de Nederlandse en Belgische schilderwerelden van de jaren '30, 40 en '50. Je kijkt je ogen uit op wat Jean Brusselmans deed met de zee, landschappen, interieurs als je Cobra, Willink en Mondriaan ernaast legt.
En dat op een afstand van nog geen honderd kilometer. Gerard Reve zou zeggen, maar die mensen waren ook niet katholiek.
En ik denk aan de zo katholieke plaatjeswereld. Waarin de heiligen uit de kerk toch familie zijn van Kuifje en Lambiek.
Zo goed als de kermis, het strandvermaak en carnaval bij Tytgat en Ensor afstammen van Breugel.
Heel de generatie kende de prenten van de Images d ‘Epinal, voorlopers van de strip. Zijn grootouders van moederskant dreven aan de Vlaamse Steenweg een cabaret, er zaten anarchisten in de familie, musici ook, De jonge Jean trad op met het kinderkoor in de Muntschouwburg. Hij verdiende bij als lithograaf. Zijn vrouw en model Marie deed borduurwerk.
Als bewoner van de voorstad Dilbeek was hij bevriend met Rik, Edgard en Nel, bij wie hij ging eten, wel met een gerookte makreel op zak. Die makreel komt in schilderijen terug.