De droom heeft een slechte naam. Altijd gehad. 'Net echt' is wat het altijd weer wint. Vanmiddag in het Alkmaars Museum langs de dromen van Caesar van Everdingen, een van oorsprong Alkmaarse schilder (1616-1678).
'Net echt' is niet wat je daar bij te binnen schiet. Zou je kwaad willen dan werden de meisjes van Van Everdingen draaiorgel-beelden, met perzikgezichtjes. Maar dat is niet vol te houden. Zijn vrouwen geven heel precies de menselijke huid weer, en daarvan in het bijzonder de vrouwenborst. Waarbij de 'vleeschachticheit' die Samuel van Hoogstraten in zijn schilderboek aanbeval. En een 'poezele zachticheit'. Dit moet denkelijk voeren naar een 'inner light' dat ze optilt.
In het vorige nummer van Kunstschrift, dat aan Van Everdingen was gewijd wordt door Arjan de Koomen heel precies ingegaan op zijn levenslange borstenstudie. En het licht en schaduwspel, de kleurbewegingen waarmee dat gepaard gaat.
Hij begint als classicist. Dan zijn borsten niet meer dan een welving, het mag niet te veel doen denken aan werkelijke borsten. Maar na 1650 maakt hij ze groter en steviger. Bij Jupiter en Callisto uit 1655 bijvoorbeeld - hij grijpt vaak naar Ovidius.
De Koomen zegt: 'Het bijzondere aan zijn naakten is dat hij ze door een fel zonlicht laat beschijnen: een sterk gelig licht dat gecontrasteerd wordt met diepe slagschaduwen.’
Licht en schaduwtinten om naar te blijven kijken. In zijn helderheid en benadering is hij een volstrekte tegenpool van tijdgenoot Rembrandt. Het leuke van zijn modellen is daarbij dat ze bij alle verkleedpartijen toch boerse of stadse meiden blijven.
In kleren die afzakken of zoetjes uitgaan. En met vuile teennagels, ik zag kalknagels bij Venus en rouwranden.