De onderstroom van Frouke Arns

 Ze sliep in portieken, en de mensen waren vaak niet aardig. mannen pisten over haar heen. Mij vroeg ze vaak geef me eens een tientje man, en dan gaf ik het. Ik vroeg hoe ze heette en ze zei 'Avanti'. Ze is nu opgeknapt, we groeten elkaar op straat. In de bundel 'De Camembertmethode' van Jana Arns kom ik haar weer tegen. Nu heet ze Martha. Camembert? Raadselachtige substantie. Camembert loopt uit. Ik lees 'Wie niet':

'Martha staat te wachten/ op haar bus naar de kliniek

ze zegt dat ze in de douche pist/ elke keer als ze met een vent slaapt in een hotel

ik zeg dat meen je niet Martha/ (maar wie doet dat nou niet)

ze weet niet zeker of ze het moet houden deze keer

de zaken lopen niet lekker/ en hotels zijn duur maar goed

zij staat bij die halte en twijfelt/ of ze hem moet laten gaan

terwijl ze zich afvraagt hoe vissen dat doen/ slapen en rus­ten, bedoel ik -

hun lippen open en dicht/ hun ogen wagenwijd gesloten

al drijvend/ op de diepe, donkere onderstroom'