Op de zondag van de Amsterdamse Marathon lees ik gedichten van Bernard Dewulf uit 'Naar het gras'. Gedichten om in te verblijven. Dat komt goed uit nu het seizoen van buiten verkeert in dat van binnen. Neem 'Plattegrond', over heel andere marathons die tegelijk gaande zijn. In de parallelle universa van kleine dieren zoals de muizen onder mijn bed:
'Er lopen wegen door de stad die wij niet zien,
een plattegrond van lucht en pootjes.
Ze zijn aangelegd waar wij niet komen:
schaduw onder gras, ritseling door struikgewas,
acrobaten op het stratenplan van tuinmuren
Er gaan geruchten door de stad die wij niet horen
van lome, jachtige wandelaars op dons.
Soms als de ene stad mij uit de slaap houdt,
lig ik waakzaam te luisteren naar de andere:
hoe een licht leven zich beweegt onder ons.'