De tantes

 Ze waren de dochters van de bakker op Wolfaartsdijk in Zeeland en wat men toen noemde 'overgeschoten'. De beide zusters van mijn grootvader kwamen terecht in het Westland. Honselersdijk, tegenover de veiling, tussen de kassen.

 Tante Bella gaf daar les aan de huishoudschool, tante Dien, die eigenlijk Dingena heette glimlachte stilletjes maar zei zelden wat. Ze deed het huishouden, las boeken en stierf al vlug. Dien was een mooi meisje geweest maar verlegen. De mannen die gekomen waren zinden haar niet.

 De tantes adopteerden een weesmeisje, Jannie, die ook op foto staat. Jannie zorgde voor ze, tot Loek kwam, een robuuste Westlander op een Kreidler bromfiets.

 Bij tante Bella ben ik nog tegelmatig op bezoek geweest. Ik kreeg dan thee met een chocolaatje en een Peter Stuyvesant. De asbak had de vorm van een vis. Later moest mijn moeder vaak met haar - met de WSM-bus - naar Den Haag om kleren. Ze konden maar niet ‘slagen’.

 Nog huizen in mijn neus de tante-geuren, opgedaan tijdens welkom en afscheid.