Digifobie

 Zeden en gewoonten lopen altijd achter bij nieuwe apparatuur. Die achterstand heet 'Cu­ltural lag' (het culturele gat). Ik leerde dat in 1963, kan de onrust over nieuwe media dus niet zo serieus nemen.

 Die gaat al te vaak over ongrijpbaarheden als vriendschap en 'liken'. Wat vriendschap is weet sinds mensenheugenis niemand, de duim omhoog of omlaag stamt uit de arena's van de oude Romeinen.

 In oktober verschijnt 'De digitale afgrond' van Andrew Keen. Koen Kleijn vatte het samen voor het blad 609. Verandert ons leven in een collectieve Truman Show waar we vrijwillig aan meedoen? En - heel eng - verdwijnt daarbij de persoon als mysterie, voor zichzelf en anderen? Gaat het sociale leuk gaat voortaan boven de hoogst individuele liefde? Daarvoor mankeert toch werkelijk elk bewijs.

 Mijn ervaring met bv. Facebook is dat ik meer te weten ben gekomen van en over meer mensen. Er ontstaat een soort dorpskerntje, met zelfgekozen dorpsgeno­ten. Rond de pomp kletst men wat, wisselt foto's of muziekjes uit. En wie er genoeg van heeft gaat naar huis. Goed om te onthouden is daarbij het Dunbar-getal van evolutio­nair psycholoog professor Robin Dunbar uit Oxford: wij primat­en kunnen maar van een gemeenschap van 150 individuen de onderlinge relaties bijhouden.

Tags: