Ding

Het gaat om het contrast. Ieder voorwerp heeft een omgeving, een context. En die twee spelen op elkaar in. Maar misschien is die omgeving wel de Kunstkapel of het Beatrixpark buiten, of Amsterdam.. Of Nederland. In elk geval is er een contrast. Wat doet dat ding hier?

 Zoals de Atlas van Leo Vroegindeweij, die niet de aardbol torst, maar met berustende armen in een rode, glanzend geëmailleerde betonmolen staat te kijken. Alsof ie denkt ’ik geef het op’.

 Of van Ina van Zyl het glas water. Ik ken haar werk onderhand. Zij is zo uitzonderlijk in de keus van materie. Haar magistrale vervormde teennagels met afgesleten nagellak ontbreken hier. Maar de zelfde vurige glans zie je hier op een slakkenschelp of een ontluikende bloem.

 Ina van Zyl kijkt met Zuid-Afrikaanse ogen. Je krijgt het altijd meteen warm. 

 De kortgeleden gestorven Jan Roeland brengt en heel ander contrast. Hij mengt abstract en concreet. Zo worden een pen, een passer en een inktpot een soort verkeersbord.

 Woody van Amen haalt het Amerika van de jaren ’60 in huis met zijn vermageringstoestellen van chroom en springveren met geëmailleerde bedieningspanelen.  Ooit bedoeld om zwaarlijvige dames te masseren, zoals je ze lang geleden op films zag. Waar zou hij die prachtige dingen op de kop getikt hebben? Zoveel mooier dan de roei- en fietsmachines van nu. Deze moeten nog werken

 Het doet denken aan Something thrown in the eye of the observer, de tentoonstelling in Museum Van Loon waar voorwerpen van nu deze zomer rondzwierven in een goudeneeuws herenhuis. Dat was een aanloop.

 De dingen rukken op.