Waarin verschilt de nieuwe film van Volker Schlöndorff van een doorsnee scene waarin een politieman probeert een zelfmoordenaar uit de dakgoot te praten?
De schaal is wat groter, een Duitse generaal, de laatste gouverneur van Parijs op het eind van de oorlog tegenover een Zweedse diplomaat in die stad. Een chique hotel. Hitler heeft bevolen Parijs op te blazen, als wraak voor de vuurstormen die geallieerde bommen in Berlijn, Hamburg, Mannheim, overal in Duitsland hadden aangericht. De springladingen liggen klaar. Men wacht op het bevel van de generaal.
De Zweed begint te praten. En heel geleidelijk geeft de relatie tussen beide mannen - vriendschap is het niet - de doorslag. Wat telt bij mannen als deze? Oeroude mannenzaken als eer, karakter. De vraag hoe je herinnerd wilt worden, zeg gerust 'als mens'. Dat is de ene kant van mannelijkheid als deze. Waar tegenover de andere staat: militaire plicht, trouw aan je eed als officier.
Wat er doorheen spookt is Hitlers nieuwe wet op de 'Sippenhaft' - ongehoorzaamheid wordt verhaald op de familie van militairen. Het laatste wapen van tirannen, Stalin liet een hele generatie kinderen van politieke vijanden uit z'n eerste jaren veel later nogeens terechtstellen. Puur uit voorzorg. Als de generaal Parijs spaart gaat zijn gezin in Berlijn eraan.
De dialoog balt zich samen in de vraag van de generaal: 'Wat zou jij in mijn plaats doen?' Waarop de Zweed zegt: 'Ik weet het niet'. Buiten gloort een zonnige zomerochtend boven Parijs, de stad waar Schlöndorff jaren woonde. En deze generaal pas twee weken. De skyline van de stad heeft het laatste woord. De heren drinken de laatste fles whisky die nog over is. En Parijs blijft gespaard.