Doodgaan en verder lopen in Kade

 Ogen tekort, dat is de slotsom waarmee ik vanmiddag de Amersfoortse Kunsthal Kade uit kwam. En eigenlijk meteen weer een nieuw rondje wilde maken. Immers, de unieke verzameling Nederlandse en Internationale teken- en animatiefilms draait maar door, je valt van La Linea of Loekie de STER-leeuw in een animatie van Orwells Animal Farm, Betty Boop  of Felix the Cat.

 Vanaf het magistrale begin met Gertie the Dinosaur, gedresseerd door haar tekenaar Winsor McKay (1914) kun je volgen wat er gebeurt als ‘alles kan’, want dat is de sleutel van animatie. Vaak komen de tekenaars zelf opeens het verhaal binnen, of op z’n minst hun tekenende pennen, en zie je het verhaal onder hun handen ontstaan. Totdat in feature films als Who framed Roger Rabbit acteur Bob Hoskins verdwaalt in een getekende wereld.

 En naast het historisch overzicht is er ook veel animatie van nu. Met als uitspringers de Iraanse Tala Madani, die ik nog kende van haar bekroning in Schiedam bij de Volkskrantprijs, met ook nu weer gruwelijke mannen uit het Midden-Oosten die niets anders doen dan mekaar doodslaan en – hakken. En de verbazende Jacco Olivier uit Zeeland, met zijn in olieverf geanimeerde Verdronken land van Saeftinge.

 Wat is toch het mirakel van animatiefilm? Waar komt die opluchting vandaan?  Het zit hem in het alle perken te buiten gaan. In de verhalen gebeurt het onverwachte, het onmogelijke, en bovenal houden ze zich aan geen enkele van de regels die in de kunst gelden. Je gaat dood en je loopt weer verder.

 Dus, vlug weer terug naar Amersfoort, naar Kade.