De laatste stap, die van beweging naar stilstand. Of andersom. Misschien wel een fatale stap. Je aarzelt toch even voor je hem zet. Ik bedoel die van de roltrap af. Of erop.
Er gaapt een gat, als in tekenfilms. Zal Wile E Coyote in de peilloze diepte vallen of is er nog dat laatste takje in de bergwand waaraan hij zich kan vastklampen?
Vroeger had je de paternoster lift in het vorige Haagse stadhuis. Een soort baggermolen voor mensen. Eindeloos voortbewegend, waar je op tijd in of uit moest springen.
Dat hij naar het Onze Vader was genoemd leek geen toeval.
Verdwenen. Maar de draaideur is er - ondanks de schuivende glazen panelen van nu - nog steeds. Met z'n borstels tegen de tocht.
Ik kom daar op door de roman 'Drehtür' van Katja Lange-Müller waarin de draaideur als metafoor wordt ingezet. Niet zoals bij ons bij de beschrijving van de 'draaideur crimineel', wat duidt op steeds terugkeren in de misdaad. Bij haar gaat het - op het vliegveld van München waar ze aankomt na een carrière als hulpverleenster, laatstelijk in Nicaragua - om besluiteloosheid. Hoe verder? Wie zal ze nu weer eens hulp gaan verlenen? Zichzelf?
Naast haar draait de draaideur maar door.