Droomkunst 1900 & 2000

 Wat staat stil? Wat beweegt? Platoonse waarheden zijn onbeweeglijk zichzelf. Dood, liefde. Je kunt ze bezingen, meer niet.

 De verzameling 'Droomkunst' van Gerard van Wezel in Singer in Laren vergelijkt de fin de siècles van 1900 en 2000: 'Decadente kunst, op de randen van de afgrond, waarin alles mogelijk lijkt.' Zou het?

 En zo volgt hedendaags werk van Inez van Lamsweerde en Erwin Olaf op symbolisten als Antoon Dekinderen en Jan Toorop. Mythen, sagen, religie, science fiction in een adem. Acht zalen met titels als 'Bezielde abstractie' of 'Goden, helden en martelaren.

 Het symbolisme reageerde toch op het beweeglijke impressionisme met eeuwige waarden, hoogte en diepte? Maar o jee. Weer omklemt een maagd met geloken ogen een schedel in de schemering. Seksloos per definitie, diepzinnig altijd.

 Wat de verzameling in Singer wel laat zien is dat dit nooit is weggeweest en zich - als onderstroom - eindeloos blijft herhalen. Zo land je bij de vraag 'wat is kitsch?' En wanneer werkt het? En hoe dan? Vreemd als je je dat staat af vragen tussen een overdaad aan Wagneriaanse of Steineriaanse gewichtigheid. Wat in het Gooi, tussen Art Deco‑villa’s prachtig past. 

 Wat er al niet geschilderd is! En vergeten. We mogen Van Wezel dankbaar zijn..