In slaap gevallen in de zon, terwijl ik de vertaling van Emile Zola's Au bonheur des dames las, overkwam me het volgende:
Af en toe viel het boek op de grond en schrok ik wakker uit mijn dommel, zocht terug waar ik gebleven was en merkte dat het verhaal van verkoopster Denise in mijn slaap ongedachte wendingen had genomen, ver verwijderd van de loop van roman.
Terwijl de versie van Zola - zover ik die gelezen had - er tegelijk doorheen was blijven spelen.
Zodat er een - in mijn ogen - verbeterde versie van de zondagse roeitocht van de verkopers en verkoopsters van Au bonheur des dames over de Marne was ontstaan. Dromeriger, vol flarden fantasie zonder veel samenhang, maar wel meer wat Denise zich van de roeitocht had voorgesteld.
Waar was ik gebleven? Of hoefde ik daar niet naar terug?