Du beurre, du beurre, toujours...

 Dat zijn de woorden die ik Depardieu hoorde zeggen in de film 'Vatel'. Over de grote kok in dienst van de prins van Condé, die een culinaire ontvangst van de koning moet voorbereiden. Met Depardieu als kok en organisator. De vis moet uit Dieppe komen, op ijs dat uit de Alpen is aangereden.

 En dan leer je het geheim: 'du beurre, du beurre, toujours du beurre...'. Ik was in Chantilly, waar in een restant van dat kasteel een schitterend museum is.

 Dat van die boter leerde ik in Lombardije, de enige streek waar de olijfolie niet oppermachtig is. En waar 'speck' bij de pasta een standaardgerecht is. Om precies te zijn in Pavia, waar de houten brug over de Po meermalen instortte en weer opgebouwd werd. Dit is geen Italië. Gallia Cisalpina noemden de Romeinen het al. Hier moest Han­nibal met z'n olifanten langs.

 Het toerisme vindt z'n oorsprong in de 'grand tours' van Engelse studenten naar de eerste universiteiten, zoals hier in Pavia en verderop in Padua. Er zijn wat studentenkamers bewaard uit de zestiende eeuw, waarop bordjes met teksten als 'wake me at ten'.