Nederlandse duinlandschappen, wat geeft ze hun onwezenlijk voorkomen? Een duinlandschap meer landinwaarts lijkt soms een plek in de Cevennen, of in het hooggebergte, maar toch weer anders. Weg van de wereld.
Het Haags Historisch Museum brengt sinds vandaag 'Op 't duin'. Uitgelezen duinkunst, duingezichten, duingedichten. Van Ruisdael tot Roland Holst. Niet gek om gedichten aan de schilderijen, tekeningen en zo meer toe te voegen.
In de Kennemerduinen kun je de fietsers en wandelaars wegdenken. En dan opeens. Schilders hebben dat al vroeg gezien. Spraken van de 'Hollandse bergen', die tot hooguit dertig, een enkele keer vijftig meter hoog waren, maar toch. En als je dan het silhouet van een kerk als de Haarlemse in de verte ziet heb je hoogte.
Of tussen Bergen en Egmond. Steeds op kleine schaal. 't Is wat ze noemen 'arme grond', zand, kalk. Andere bloemen en struiken. Oases van stuifzand, mos, hei en duindoorn. Zover het oog reikt. Niet ver. Maar ver genoeg.
Onbestaanbaar in Holland, deze woestenijtjes. Zoals ook de in de Westenwind kromgewaaide berkjes of voorbij de zeereep de dunne stengeleikjes, zoals je ze in de Haagse Bosjes van Poot nog hebt.
Wonderlijk dit alles geschilderd en getekend te zien in het Haags Historisch, met zicht op de Hofvijver. Je staat op de stoep en ziet: het is nog steeds het duinmeer waarin de Haagse beek uitmondt die ontspringt achter Kijkduin. Die tijdens de oorlog de tankgrachten van de Atlantikwall vulde.
Ik woonde er vlakbij, klom in de duinen met vriendjes over hekken, drong door in bunkers en verzamelde er blikken vol bramen. Tot we eens betrapt werden door een duinwachter die ons dwong de plukoogst van een middag in het mulle zand om te keren. En er nogeens zijn schoen doorheen haalde, zeggende: 'Dat zal jullie leren.'