Lezend in 'Duitse passages' de bundel reisbeschouwingen van Lo van Driel, schiet me het woord Kleinstaaterei te binnen. Nog tot Bismarck bestond Duitsland uit 2 a 300 staten en staatjes met eigen douane en wetten. En vaak een bekende volksaard.
Nu lees ik over de liefdesgeschiedenis van Heidegger en Hannah Ahrendt, die uit het Oost-Pruisische Koningsberg kwam en college liep bij de filosoof in Marburg aan de Lahn, in Hessen.
Ahrendt, die Het Eichmann-proces (1961) bijwoonde en er een boek over schreef waarin Eichmann, die de Jodenvernietiging organiseerde als een ambtenaar wordt geportretteerd, groeide op in een joods gezin.
'Twee maanden nadat Heidegger de 'mooie, briljante maar schuchtere achttienjarige uit Koningsberg onder zijn gehoor had gekregen, stuurde de professor haar een uitnodiging om naar zijn werkkamer te komen. Ze droeg een regenjas en een hoed, die haar gezicht half bedekte.' (...)
Er volgde een correspondentie. Twee weken later, op 27 februari 1925 schreef Heidegger een kort briefje waaruit je kunt opmaken 'dat tussen de filosoof en zijn studente het vleselijk converseren had plaatsgevonden. 'Het demonische heeft me nu te pakken,' schreef hij, ' nog nooit heb ik zoiets meegemaakt.'
De relatie duurde enkele jaren. Heidegger intussen werd in 1933 partijlid van NSDAP en bleef dat tot 1945. Na de oorlog deed hij alle moeite zijn rol in de oorlog te verdoezelen.