Wat heeft de brand van Brussel (1695) te maken met Hiroshima (1945), nep-versleten spijkerbroeken of bloemenprints op T-shirts? Het zijn allemaal plaatjes.
En in dit geval ook fragmenten in een bedrukt wanddoek, te zien in de bibliotheek van fotomuseum FOAM. Waar je naar kunt kijken, zittend op een groot, rond matras, met een print van de blauwe lucht onder je kont. Als je naar het raam loopt zie je die ook echt.
Een postmodern grapje? Of bedoelt Egon van Herreweghe (Gent, 1985) meer dan dat? Ik denk bij hem aan ontsnappingen. Ontsnappen aan de beperkingen, de tirannie van het fotowezen, waar je in Foam meteen tegenaan loopt. Zowel bij de zeer voorspelbare zwartwitte snapshots van Larry Clark uit het Californisch hippie-verleden als bij de ‘grensverleggende modefotografie’ in Don't stop now. Oorspronkelijk! Vondstig!
Beide komen je al te bekend voor. Logisch dat Egon van Herreweghe zich aan zijn haren uit het moeras probeert te trekken. Hij maakt een print op een reuzenwandkleed van het titanengevecht op de Telephus Fries uit het Pergamon Museum in Berlijn. Tussendoor mishandelt hij modefotografie, reclames, door de foto's van Gucci en anderen met ruwe kwaststreken te beschilderen.
Wat is het met foto's dat ze vragen iets met ze te doen. Van de fotowanden op tienerkamers tot gescheurde en bekladde affiches op reclamezuilen. Foto roept agressie op. Is te voldongen. Zoals eens de schilderkunst. Tot de Mona Lisa haar snor kreeg van Duchamp. Vergeten grapjes.
Wat wieweet blijft is dit interieur, een unieke bovenkamer in een Amsterdams grachtenhuis. Gedateerd 2014.