In Den Haag vind je, vooral aan de duurdere kant van de stad vreemde, grote gebouwen, opgetrokken in de luxe van de Nieuwe Haagse School. Geen scholen of kantoren, wat wel? Een Haagse geheimzinnigheid.
Uit nummer 10 van het tijdschrift 'Eigenbouwer' leer ik dat het 'woonhotels' zijn. Vaak in de jaren '20 en '30 opgetrokken, veelal voor oud-Indischgasten, die luxe en personeel gewend waren. Vandaar de ingebouwde restaurants, met luxe tegeldecoraties, beeldjes en houten ornamenten.
Ik fietste er als kind langs, was er ook wel binnen als er een tante of vriendje woonde, zoals Alexander Münninghoff in Catsheuvel, naast het Gemeentemuseum of Oldenhove aan de Laan van Meerdervoort, waar ik nog opgetreden heb in het zaaltje.
Kenner Marcel Teunissen beschrijft ook het eerste, Boschzicht aan de Benoordenhoutseweg. Voor wie geen eigen personeel had waren daar vier portiers en twee piccolo's. De gerant van het restaurant was permanent oproepbaar. Er waren twee entreebalies en lobby's op alle verdiepingen. De gestileerde, marmeren dierfiguurtjes op de trapportalen moet ik nogeens gaan bekijken. Heb ik die vroeger gemist? De moeder van Roeland van Zuylen woonde daar.
ps. Een eigenbouwer is iemand die bouwt zonder opdrachtgever, in hoofdzaak voor zichzelf. Zo wordt ook het gelijknamige 'Tijdschrift voor goede smaak' van Hans Oldewarris gemaakt. Het kan over bijna alles gaan. Bestellen kan bij oldewarris@box.nl