Het licht is grijs en mistig en het beeld stemmig onscherp. El club is de vreemdste club die ik ooit zag, maar een club is het. Van lotgenoten. Zondige ex-priesters in een huisje aan de kust in Zuid-Chili. Allemaal uit hun parochie gegooid en daar door de kerk opgeborgen.
Zondaars, homoseksueel, pedofiel soms, van alles op hun kerfstok, onder toezicht van een zuster. Maar katholiek waren ze en blijven ze.
Gerard Reve-achtige redeneringen gaan ironisch rond. Natuurlijk brengt een priester neuken je dichter bij God. En is zaad heilig, de Heilige Maagd is immers met het zaad van God bevrucht.
Over seks met mannen en jongetjes praten ze tot in detail, en hoe, en wat nog? En ook hebben ze - zondig! - een hazewindhond waar ze allemaal voor vallen en die meedoet aan races, en die daarmee wat verdient.
Een averechts paradijsje. Tot een eens misbruikte jongen zijn misbruiker daar terugvindt. De ex-priester schiet zichzelf neer, en een afgezant van de bisschop komt orde op zaken stellen. De club verraadt hem niet.
Maar weg is de vrede. De hazewinden sneuvelen. Twee clubleden worden in elkaar geslagen. Hoe nu verder leven? Surprise: de club van zondaars overleeft de kerk.