Emanuel de Witte (ca. 1616-1691) was bovenal dramaturg, zag ik vanmiddag in het Alkmaars Museum. Op zijn doeken licht hij een filmset uit. Zet figuranten neer, vaak ook kinderen of hondjes als bijrolletjes, zetstukken. Zijn ideale decor is een gothische kerk.
Waar alles de hoogte in reikt. Terwijl zonlicht, net als in dit jaargetijde vrij laag binnenvalt. Schaduwen te over. De schilder als belichter.
Ook anders dan bij Saenredam is het vele volk over de vloer. Je ziet De Witte als een Cecil B. Demille met een scheepsroeper zijn personages dirigeren. Naar die ene lichtbundel die net op ze moet vallen.
Niet dat het licht werkelijk zo viel. Bij De Witte staat licht in dienst van zijn - soms gefantaseerde - kerkvoorstelling. Deze regisseur zal heus niet dagen hebben gewacht op een ideale lichtval. Die zat in z'n palet.
Toch lijkt veel kerkarchitectuur gemaakt voor hem. Zoals de Amsterdamse Oude Kerk, waar zoveel soorten direct en indirect licht binnenvallen. Van zoveel kanten, direct of juist getemperd door glas of weerkaatsing.
Gebeurt er dan ook iets? Nee, zo goed als niets. Een hond pist tegen een pilaar. Men wandelt wat rond, maakt een praatje. Soms is er een dienst maar daar stoort men zich niet aan.
De Witte schilderde in deze Calvinistische tijd soms ook gefantaseerde katholieke kerken. Misschien voor opdrachtgevers, maar vast ook omdat hij plezier had in de katholieke eredienst. Daarom heeft het protestantisme het tenslotte toch moeten afleggen. Slechte voorstellingen.