Engel

 Nachoem Wijberg heeft een bundel gemaakt die heet 'Om mee te geven aan een engel'. Waarin hij de lezer meeneemt naar het rijk van het onzekere, het vluchtige. Waar je engelen ontmoet, toeristen of vluchtelingen. Het omslag zegt dat hij schrijft 'over engelen die tussen ons bewegen en meenemen wat wij opgeven of kwijt kunnen.' Reddende engelen? Een hemelse opruimdienst?

 In bijna elk gedicht gaan ze rond. Dit heet eenvoudig 'Engel':

 'Stel, wie de wereld gemaakt heeft van wat een moment was alsof het al opgegeven was,/ zegt dat hij een engel is geworden/ omdat hij bang was anders helemaal geen werk meer te hebben. Of omgekeerd,/ wie een engel lijkt/ wordt gevraagd iets kleins terug te brengen naar van wie het kwam, maar hij weet,/ niet meer/ wie het was, dan wordt hij het zelf maar.

 Wat denk je dat je niet op kan geven/ zolang je hier nog even blijft, begin met proberen waar je misschien nog zonder kan,/ al wil je dat niet waar ze je kunnen zien. Je vindt een afstand­sbediening voor/ andermans vleugels en loopt langs de huizen terwijl je op knoppen drukt,/ kijkt niet eens door de ramen wat er gebeurt, maar loopt snel verder wanneer je/ schreeuwen hoort.

 Wat ligt in die hoek,/ tegen de muur, twee stapels lakens? Nee, het is een lage bank/ en er zitten twee engelen op zo lang al, ze zijn in slaap gevallen, niet tegen elkaar aan.

 Een toerist of een engel komt tegen/ wie een moment geen toerist is - als hij zijn papieren niet kwijtgeraakt was zou hij/ het kunnen laten zien,/ en dan wordt hem gevraagd: maar weet je zeker dat je die niet weggegeven heb?