De dood neemt onverwachte vormen aan. Hij verbergt zich, wie komt hem graag onder ogen. De kapstok is er een. Mijn vriend Johnny bemerkte dat zijn vader steeds in tranen raakte als hij de kapstok passeerde waar jassen van zijn juist overleden vrouw hingen. Hij hing ze weg. De vader klaarde op.
Op het Waterlooplein tref ik soms verregende stapels, boeken die wel van één gestorven eigenaar moeten komen. Niet te lang blijven staan kijken.
Zelf had ik moeite met de verweesde kapstok waar de strohoed van mijn overleden oom was blijven hangen. In zijn nalatenschap trof ik de helft van een uiteengevallen boekje, uitgegeven bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898. Volksfeesten, erepoorten, de voorzitters en penningmeesters van vele burgercomités. Reclame van lang gestorven middenstanders. Sommige namen leven nog: Lewenstein, Hunkemöller Lexis, Levert & Co, Goldschmeding, Senefelder, Lips en P.van den Brul.
Paul C.Kaiser bakte een 'kroningsbrood'.
Van de inhuldiging van Wilhelmina in de Nieuwe Kerk bestaat geen film, wel van haar entree. Filmen in de kerk verbood ze. Het was daar privé. Een onderonsje tussen haar en Onze Lieve Heer.