Explosief

 In Brussel, lees ik in De Standaard, was het vannacht net als vroeger in Den Haag. Al vroeg leerde je iets van explosieven. Bij de kleine drogist op de hoek van de Hoefbladlaan kon je behalve zwart op wit ook zwavel en kaliumchloraat krijgen. Dan zei je 'voor de scheikundeles'.

 De kunst was het explosief (een deel kaliumchloraat, vier delen zwavel) in het soort blikje te doen waarin fotorolletjes verpakt zaten. Het effect van een explosief wordt verveelvoudigd als je het opsluit.

 Ontsteken deed je door het geladen fotoblikje, met nog wat stevig ijzerdraad eromheen op een brandende prop krant te leggen. Later kwam het idee de explosie in een telefooncel te laten gebeuren. Groot succes: daverende dreun, ruiten gebroken of van binnen wit uitgeslagen.

 Op oudjaar werden kerstboomvuren gemaakt op straathoeken, op het putdeksel. Kwam de politie dan gooide je achter hun rug nog een rotje in het vuur en kwamen ze je achterna.

 Eens was er een reusachtige knal en vloog het vierkante putdeksel meters de lucht in. 'Moerasgas,' wist een buurman. 'Dat zit in het riool en nu is het ontbrand.'

 En de instanties en de kranten altijd maar vragen: 'Waarom doen die kinderen dat toch?'

 Hierom.