Er zijn straten, soms hele buurten, die ik mijd. Straten die me liever niet zien. Die een wenkbrauw fronsen als ik er aan kom.
Straten - en ook huizen - hebben gezichten. Zo heb ik in de loop van veel jaren in Den Haag een heel netwerk van alternatieve routes ontwikkeld om die straten te vermijden.
Zouden straten gedachten hebben? Vaak denk ik aan het jongetje bij Salinger dat de mop ontdekt. En niet kan ophouden hem aan iedereen te vertellen.
'What do two streets say to each other?'
'Meet you at the corner.'
Een bekeuring voor fietsen zonder licht kostte vijftien gulden. En wat er al niet stuk aan kon zijn: de dynamo, die soms scheef aan de voorvork zat, defecte fietslampjes, en dan vooral de bedrading. Altijd iets los. Tot, zo leek het, losse lampjes met de batterij erin de oplossing waren. Maar ze zijn alweer verdwenen. Lege batterijen, het lampje thuis vergeten. Er komt water tussen.
Het is dus altijd zo geweest. En zo fiets ik buiten adem alle kronkels van de duistere Laan van Poot af. De angst betrapt te worden liet me soms hele stukken lopen waar het drukker was. Leerschool van de angst
Nog kortgeleden was er een politieval in de Vijzelstraat.