Had het geluk Living in Oblivion van Tom DiCillo (1995) te zien. De ultieme 'making of'. Maar van wat? Van de droomfilm van een talentloze regisseur, gespeeld door Steve Buscemi.
Met om zich heen de karikatuur van een low budgetploeg. De faaldromen van de regisseur, die steeds weer wakker schrikt om 4:15 in de nachten voor de draaidagen. Niet voor niks, wat mis kan gaan gaat ook mis, van een rookmachine die het begeeft tot geluid op straat of malheur met de camera. Nieuwe take: ‘action’.
Iets daarvan maakte ik ooit mee bij 'Feest' van Paul Verhoeven (1963). En herkende het in Fellini's Otto e mezzo en Roma. Zo gaat het dus. Maar het kan erger. De titel Living in oblivion duidt op de vergetelheid waar heel deze ploeg eendrachtig naartoe werkt. De vrouwelijke hoofdrol zal dienster in een hamburgertent worden. Weigerende apparatuur, een cameraman met een ooglapje en dan een dwerg in glimkostuum met hoge hoed die het opeens verdomt om de dwerg te spelen in een droomscene. Hij heeft gelijk. Hoezo een dwerg? Wie droomt er in godsnaam van een dwerg. Zelfs ik droom niet van een dwerg, zegt de dwerg.
Ik vrees dat de dwerg bij Fellini vandaan komt. En dan is daar tot slot de lieve, maar demente moeder van de regisseur. Op de set, en in de film.