Fiume Po

 De Po ontspringt in de Zeealpen, waar het gletsjerwater in vele beken en waterlopen omlaag komt. Daar steken in het voorjaar de Alpenmarmotten hun koppen uit hun holen op, na de winterslaap. Ik zag het in de Gran Paradiso.

 Hoe de rivier water verzamelt en als een brede modderstroom voorbij Pavia verder komt is een leeg verhaal. Heel soms zag ik oude mannen aan de oever van de dijk zitten, zoals bij Virgilio, het stadje genoemd naar de schrijver, maar scheepvaart is er niet. Wel kun je overal naar grote namen uit het verleden: na Pavia komen de violenstad Cremona en dan Parma en Mantova, met het Paleis van de Gonzaga's.

 Drinkbaar water was daar niet. Je kreeg van de hoteleigenaar in de sjieke gelegenheid een fles San Pellegrino mee naar bed om je tanden te poetsen.

 Mijn grote belevenis in Mantova was het Palazzo Te, even buiten de stad, met de plafondschilderingen van vooral Giulio Romano. Waarop vele dienstmaagden water schenken uit grote kruiken. Zie hoe kostbaar drinkwater in de zestiende eeuw was. En begrijp waarom er zoveel wijn omging.

 En dan het paleis van de Gonzaga's. Ik had geluk, er werd gestofzuigd, de ramen stonden open. Een zee van licht met zicht op de lagune van de Po waar het paleis aan ligt.

 Een dag later leek het lot gunstig. Op het plein in de arcadenstad Bologna was een podium gebouwd waar een Oostenrijks orkest walsen van Strauss speelde. Tot er plotseling een Italiaanse stortbui losbarstte en vele in het lang uitgedoste violistes moesten vluchten, met hun instrumenten en wapperende rokken, als op een Carpaccio.