Lampedusa, het rotseiland halverwege Sicilië en Afrika, dat bij de broers Taviani nog zo'n idyllische plek was is een nieuwshotspot geworden. Gianfranco Rosi liet er bewoners en vluchtelingen hun leven spelen. Je ziet reddingswerkers van de kustwacht in volle actie naast spelende vissersjongetjes.
Levens naast elkaar. Dat kan, dat werkt. Ook doden en net nog levenden uit zee halen is een vak. Intussen draait het lokale radiostation verzoekplaatjes voor tante Maria en krijgt Samuele een behandeling voor zijn luie oog. Lampedusa is en blijft een vissersdorp. Met maar een enkele arts.
Rosi, die ook de memorabele film over de rondweg om Rome maakte komt dichtbij gezichten en bezigheden. Zoals een potje voetballen op het schunnigste veld ooit, met als doel twee lege colaflesjes. waarbij Syrië tegen Eritrea speelt, en zowat alle Afrikaanse landen een half team hebben. Wat ze drijft? Ik zal niets meer kunnen aanhoren over 'economische vluchtelingen', dit gaat om overleven. En velen halen het niet. Je ziet ze sterven. Waarom dan? Omdat, zegt er een, blijven nog gevaarlijker is.
Wat Fuocoammare ('Vuur op zee') zo goed maakt is de nevenschikking van de facts of life. Een vijftigjarig huwelijksbed opmaken of halfdode drenkelingen behandelen, zoals de kunstwacht doet, het moet gebeuren. En het moet netjes gedaan worden.