De echt moeilijke dingen daar heb ik iemand voor. Voor de computers zijn dat Marcel en Herman. Voor het geld is er Paul.
Computerstoringen tasten me lijflijk aan. Ik ben maar een half mens meer. Toen mijn back-up weigerde deed ik nogeens en nogeens wat ze altijd zeggen: alles eraf en alles er weer aan. En opeens had ik weer een geheugen. Immense opluchting. En kon de vraag niet voor me houden: 'Hoe kon dat nou Marcel.' Het klassieke antwoord in PC‑land kwam: 'Dat zullen we nooit weten.'
In de autotijd konden Roel en Karel me nog haarfijn vertellen waarom hij niet startte. Nu komen we niet verder dan 'twee programma's die niet met elkaar willen praten.' En van Marcel de uitleg van Internet als een van oorsprong Amerikaans militair systeem waar in de loop der tijd almaar meer 'aan gehangen' is. Een monster van Frankenstein. 'Dat gaat een keer goed mis.'
Nu de ochtendkrant. En de vraag hoe vaak je kunt zeggen dat je iets niet begrijpt. Meer aandelen adviseerde de bank nog maar kort geleden in een rondschrijven, wijzend op de winsten. Ik bleef bij mijn 'behoudend profiel'. En China vroeg ik? 'Zou kunnen,' zei Paul. 'Of niet natuurlijk.'
Gisteren zag ik de - vaak met geleend geld - beleggende Chinese mevrouwtjes weer, die nog moeten leren: 'In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst.'
Mijn vader ging naar de borstelwenkbrauwen van de Twentse Bank op de Laan van Meerdervoort, naast de sigarenwinkel. Uit school gekomen trof ik hem aan, de beurspagina op schoot, diep in de put: 'Je vader is vandaag dertigduizend gulden armer geworden.'