Geluk

 Zonet het grote geluk. De stem van een politievrouw die zei uw tas is gevonden. Ik naar de Houtmankade, voor tienen.

 Een bewoner van de Zaanhof bracht hem naar het bureau. Er zijn nog nette mensen meneer. Net buurtje ook, zei de dienstdoende Surina­amse agent. Alles zat er nog in. Was zelfs op orde gebracht, want het was een bende in mijn tasje.

 De schrik van 'iets weg' begon met een blinde vlek. Alsof ik niet wilde weten wat allemaal. Toen doemden de procedures op. Een reserve autosleutel, een reserve bril, een fototoestel, apparatuur, onafzienbaar. En dan zo'n stem uit een wereld van orde.

 En toen dat doodstil avondlijk politiebureau, een deur op een kier met een leren openhouder er tussen. Lamplicht, een handbel. Indien niemand aanwezig hier bellen. Eenmaal a.u.b..

 Mijn eerste gedachte was 'vergeet het maar, in een stad als Amsterdam'. Toen kwam de inventaris van het verlies. En de intensieve zoektocht langs een herinnerde donderdagmiddag. Niks. Nergens. Niemand vertrou­wde ik meer.

 En nu. Avondzon. Een andere stad.