Tegen zessen, als het al donker wordt, de geuren van warm eten in een winterse straat. Wind die tegen je gezicht slaat. Weten wat ze bij de buren eten.
Nu even niet over de dreiging van het ouderlijk huis, waar aan de eettafel de onvrede zal losbarsten die mijn moeder probeert te bezweren.
Ze verdwenen, die geuren. In het klassieke boekje 'Hollandse luchten van Jelle Leenes vind je een prachtig overzicht van hoe Nederland op allerlei plekken ruikt en waarom. Of beter rook, want de afkeer van 'luchtjes', de angst om te ruiken is sinds de introductie van het Odol mondwater enorm geworden.
'Stink ik' kun je alleen aan je geliefde vragen. Gerard Reve was ook daarin een pionier, die het woord 'putlucht' voor slechte adem introduceerde.
Toch mis ik de geur van de Heinekens brouwerij in de Pijp en de cacaogeur van Blooker. In Den Haag rook je bij Zuidenwind de raffinaderij van Pernis', de geur van de vooruitgang, zei men.
In deze tijd van de jacht op het 'typisch Nederlandse' ga je naar 'beschermde geuren' verlangen.
Hou daarom de koeien niet binnen, laat het wasgoed wapperen aan de lijnen. Ik hou in gedachten wat expert Ton Teerling in het boek zegt: 'Zelfs het geringste geurzweem treft ons sterker dan beelden en geluiden.' En, weet hij: 'De neus is het enige zintuig dat direct in verbinding staat met ons emotionele brein. Een heel intiem zintuig dus.'
Op de Nederlandse toptien vind je bovenaan: vers brood, pas gemaaid gras en verse koffie, verderop ook de partner en nieuwe auto's.