Glashuis

 De toekomst is en blijft iets voor kinderen dacht ik toen ik buiten stond na Utopia 1900-1940. De expres­sionist Bruno Taut, die met louter stenen van gekleurd glas wilde spelen nam ik mee door de straten van Leiden. Tauts 'Alpine architectuur' zou gehele gebergten oplichten met glazen fantasieën. Ik zag ze voor me.

 In november 1919, direct na de eerste Wereldoorlog begonnen hij en 24 andere architecten de Glazen Ketting. Brieven met schetsen voor gebouwen en steden, van waaruit vrede en begrip op aarde zouden neerdalen. Kristal als symbool van zuiverheid, helderheid en geest. Kristallen als vormen voor hun ontwerpen.

 Maar meer dan Taut's Glash­aus, een glazen tempel in Keulen, met onderin een lichtbron (1914), is nooit gebouwd. Teksten erop als 'Das bunte Glass/zerstört den Hass'.

 Glas suggereerde gewichtloosheid schreef zijn vriend Paul Scheerbart, zo zou sociale vernieuwing komen. Het paradijs op aarde zou gebouwd worden van gekleurde bakstenen. En Taut meende in ernst dat verbeelding reëler was dan de werkelijkheid. Intuïtieve visie was hem meer waard dan rationele analyse. En als het allemaal niet kon trok je je terug in je fantasieën en wachtte op betere tijden.

Tags: