In het Rembrandthuis zag ik 'Rembrandt: After life'. Met het derde oog van Glenn Brown, kunstpiraat. (1966).
Brown vergrijpt zich aan kunst van alle tijden, maar Rembrandt is een favoriet plunderobject.
Hij schildert en tekent Rembrandt met dat derde oog. En maakt mij daarmee duidelijk dat ik ook zo'n derde oog heb. Waarmee ik onbewust, misschien uit een ooghoek of in een droom, naar schilderijen kijk.
Wat er dan gebeurt?
Er komt iets naar voren, andere dingen wijken achteruit, verdikken of verdunnen, vervormen zich, maar composities blijven doorgaans bewaard en het resultaat blijft inderdaad dat je zegt: 'Rembrandt'.
Je ziet schilders soms hun ogen toeknijpen, door hun oogharen kijken om - ja wat - te zien.
Je krijgt ook uitgelegd hoe hij het doet. Niet dat ik zijn lijnvoering en verfstreken het vind halen bij die van Rembrandt. Zijn verflijnen zijn me te vaak tandpasta. Zodat de vraag blijft bij Brown: is deze kunst over kunst eigenlijk kunst? Of is dit hiernamaals van Rembrandt niet meer dan een sophisticated grapje?