Hanssen en Mondriaan

 Van biograaf Léon Hanssen verscheen in 2015 het eerste deel van zijn Mondriaan-biografie. Hij is bezig met het tweede (de jaren 1933-1944). En nu, tussenbeide, ligt er een vermakelijk boek met overwegingen, bijzaken, en vooral aantekeningen van de biograaf.

 Titel: 'Alleen een wonder kan je dragen. Over het sublieme bij Mondriaan.' Mondriaan, dat mirakel van schijnbare rechtlijnigheid. De man die al z'n post na lezing verbrandde als bijzaak. Die zo doodsbang was voor syfilis dat hij vrouwen maar spaarzaam tot zich toeliet. Of? Ik lees diagonaal als altijd en ben nog maar net begonnen. Dat klopt geloof ik wel met de manier waarop Hanssen te werk gaat. Dolend, vrij associërend.

 Had Mondriaan nu een deurbel in zijn Parijse atelier aan de Rue du Départ, of moest je daar kloppen? De bronnen spreken elkaar tegen.

 'Wie zich in het verleden begeeft omringt zich met spoken' luidt zijn bemoedigende eerste zin. Mondriaan geldt als een ijskonijn. Was hij dat ook? Een levensbeschrijving als de zijne, via lange kloosterjaren in artistiek Parijs naar de Broadway Boogie Woogie moet wel een grillig pad zijn. En hoe doe je dat recht?

 Wonen in huizen die als een schilderij zijn ingericht, hoe doe je dat? Het leven als kunstwerk of leven voor het kunstwerk. Zoals Hanssen het schrijft: 'enerzijds de lichaamloze priesterartiest en anderzijds zijn lijflijke plaatsvervanger op aarde...'. Ik lees en blader driftig door. Uitgever is ‘Huis Clos’.