'Mijn korte ontmoeting met een hemellichaam,' is de titel van de Vorlesebühne avond komende zaterdag in de Utrechtse molen.
De Kerst nadert. Er blijven nog twee hemellichamen over, die hun vaste banen beschrijven. Man en vrouw. Wat doen ze? Boodschappen.
De klassieke Freud-vraag is Was will das Weib? Hij gaf toe dat hij het niet wist. Wat wil de vrouw? Het beste antwoord dat ik ken kwam van een vrouw: Yvonne Kroonenberg.
Ze schreef: De vrouw wil een huis. En als ze de deur uit gaat neemt ze haar huis mee. Dat is haar tas.
Als ik de kans kreeg keek ik van jongsaf in vrouwentassen. Bij mijn moeder lag de poederdoos bovenop, met het ronde donsje.
'Waarom moet dat allemaal mee? vroeg ik.
'Daar gaat het niet om,' zei ze. 'Waar wel om?'
'Voor je weet nooit.'
Vandaar dat haar tas soms uitpuilde en zwaar was als een goederenwagon.
'Je wist nooit.'
Nog even. Wat wil dan de man? De man wil belangrijk zijn, dat is bekend. En daar is publiek voor nodig. Dat lacht en applaudisseert, en als er dan echt helemaal niemand is, dan heeft hij altijd nog die vrouw. Daar zijn huwelijken voor.
Straks zit ie in z'n stoel en leest de krant. Dan heeft de vrouw haar handen vrij.
'Uit mijn keuken!'