Het gezicht van de polder

 In de nieuwe polderatlas van Nederland worden zeventien polders uit alle tijden belicht. Met kaarten, luchtfoto's en tekeningen zie je hoe grote delen van ons land de vorm kregen die ze nu vaak nog hebben. Hoe ging dat?

 Neem de Haarlemmermeer. Tegenwoordig een nieuwe bollenstreek, maar hoe begon het? 'Op 29 november 1836 stuwde een Zuidwesterstorm het water op tot voor de poorten van Amsterdam, waarbij de dorpen Sloten en Osdorp onderliepen.' Het meer was in de loop der eeuwen almaar gegroeid en had vele dorpen verzwolgen.

 Koning Willem I stelde een commissie in en zo ontstond de eerste staatspolder. Leeghwater had al in 1641 een fantastisch plan gemaakt om de Haarlemmermeer met 160 windmolens droog te maken en te houden, maar pas stoomkracht kon het aan. Dat moet een oorverdovend gestamp geweest zijn vlak onder Haarlem. Met voor het eerst drie reusachtige stoomgemalen, waarvan er eentje Cruquius heette naar pionier Nicolaas Kruik. In 1849 waren ze klaar. De eerste stoombemaling van een polder. die verkocht werd aan grootgrondbezitters en speculanten.

 Toen moesten er dorpen komen, een landschap. De kerken kwamen in Hoofddorp. De aanleg van een groot bos, steeds een leidend idee, werd als eerste verworpen. De polder werd een wingewest, met een karig landschap zonder enig arcadisch idee. Geen buitenplaatsen, geen groenvoorzieningen. En dat is nog zo. Een pijnlijke mislukking.