Het Spoor

 Van de NVBS weet ik door mijn broer en mijn oom Bob. De Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen. De keren dat Oom Bob ons mee uit rijden nam in zijn Sunbeam was het loeren altijd op gesloten overwegbomen. Zodat hij met een blik op zijn horloge en de passerende goederentrein kon zeggen 'de 1456 is laat'.

 De NVBS had een jaarlijks uitstapje naar Wezel, waar alle leden zich lieten fotograferen op de treeplank van de loc uit het stoomdepot dat daar nog was. Met de pet van de machinist op.

 En nog bekijk ik vreemde landen met spoorogen. Als is e lijn gesloten en liggen er zelfs geen biels meer, ik herken de plaatsen waar eens een trein reed. Vooral aan de resten van tunnels en viaducten en de flauwe bochten. En dan die werkplaatsen waar liefhebbers hun schatten restaureren. Van Kralingen tot Wittenberge en Klus-Balsthal in Zwitserland. Eens zag ik een unieke fototentoonstelling in Genua van de 19de-eeuwse aanleg van de Ferrovia dello Stato, de FS. De viaducten, de stations in aanbouw.

 En nog zoek ik de Stationsbar op, waar een kapotgebladerde Gazetta dello Sport ligt tussen peuken van Nazionali's. Toevluchtsoorden voor eenzame mannen. Die van Cuneo is erg mooi, die van Verviers niet minder. O het hokje van Baveno. En dan die van Desenzano, boven het Gardameer, waar Sebald nog over schreef. En waar ik was op Allerzielen, zodat je complete families zag picknicken tussen de zerken, terwijl de trein naar Venetië lang bleef stilstaan.